Veluwe

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
de Veluwe.
Veluwezwijnvlag.jpg
Veluwezwijnwapen.jpg
vlag van de Veluwe
Wapen van Veluwe en Vallei
Basisgegevens
Talen Nedersaksisch Veluws.
Hoofdstad Elburg voor de noordelijke region, Apeldoorn voor de rest.
Regeringsvorm per gemeenschap verschillend.
Religie Gereformeerd, Reformatorisch, anderzins Protestant.
Inwoners onbekend (Ik ha nie ‘eteld, wee’t ie ut?)
Staatshoofd den Heere.
Overige
Volkslied Ons Gelderland, 1e couplet.
Motto “Wark’ng en stille wêze”
Munteenheid Per gemeenschap verschillend, Euro wordt algemeen wel eens geaccepteerd, ruilhandel tiert welig.
Nationale feestdag per subregio verschillend
Traditioneel eten Varken en graan met pap en spek.
Veluwe
Portaal  Portaalicoon Land

De Veluwe is een landstreek in de provincie Gelria (Hollands: Gelderland) De Veluwe bestaat uit zanden, bossen, heiden, weiden, veen, de Zoom, het Massief, de Vallei (volgens sommigen niet), de Hooghe, de Rijn en Oldebroek (volgens sommigen niet). De bevolkingsdichtheid is uitzonderlijk laag met slechts 0,2 mensen per vierkante Veluwse Boogscheut (is 12 Rijnlandse Roeden in het vierkant).

Ontstaan[bewerken]

De Veluwe is als landschap in de loop van honderdduizenden jaren ontstaan. In de navolgende bespreking wordt alleen de grote lijn gevolgd.

IJstijden[bewerken]

IJspakket bij Ermelo. Op de achtergrond de Drieerberg.

Ten tijde van de IJstijden lag de aarde als planeet dwars op de zon zodat op de Veluwe een winterklimaat heerste. De druk van het ijs, dat er plotseling was, zorgde ervoor dat het Veluwemeer werd uitgedrukt in de zachte klei en het zand omhoog werd geschoven tot een langgerekte bult. Het gebied ertussen bleef gewoon plat. De hoogteverschillen waren toen trouwens veel groter dan nu.

Na de IJstijden[bewerken]

Na de IJstijden begon het regenseizoen dat heel lang heeft aangehouden. Door het smelten van de IJskappen was er al voldoende water en de hele Gelderse Vallei, het platte stuk, werd zompig. Dit noemen we veen. De bergen zand, die bijna steil omhoog gingen, werden glooiend door al het water wat de vallei instroomde. Waarmee de samenstelling van de bodem bij deze verklaard is. Vallei = zompig, de zandheuvels = droog. Zompig is gras, zandheuvels is zand, hei of dennenbomen. Ertussenin: loofhout.

Prehistorie[bewerken]

Jagerskampen zijn bekend van de Veluwe en tot 10.000 jaar oud. Ook bekend uit genetisch onderzoek is de aanwezigheid van Neanderthalers, genetisch restmateriaal tot wel 45% van het menselijk genenpakket is aangetroffen bij de bevolking van de Noordwest-Veluwe en het Veluws Massief. Hetgeen in boerentaal betekent dat de Neanderthaler voor zowat de helft nog aanwezig is op de Veluwe.

Grafheuveltijd[bewerken]

Zonder al te diep in te gaan in de verschillende culturen die grafheuvels opwierpen, kan gesteld worden dat de Veluwe hier het hoogst scoort van alle Lage Landen. De Veluwe heeft dus een dichte populatie gekend vanaf ongeveer drieduizend jaar voor Christus. Hoe de volkeren heetten en welke taal ze spraken is helaas niet bekend. Dat veranderde met de komst van Romeinen.

Romeinse tijd[bewerken]

De Romeinen stelden vast dat de Veluwe bewoond werd door Germaanse stammen en en dat Keltische stammen precies tot aan de grens met Utrecht werden waargenomen. Hierdoor is bewezen dat de Veluwe een puur Germaanse achtergrond heeft. Niet Keltisch zoals graag wordt beweerd.

De Romeinen hebben een aantal steunpunten gebouwd op de Veluwe, maar verbleven daar niet permanent. Daar de meeste steunpunten in hout waren gebouwd is daar nagenoeg niets anders van teruggevonden dan paalsporen en grondverkleuringen. De kerk van Oosterbeek, op de Rijn-Veluwe, is wel romaans maar niet Romeins. Wel is de naam ‘Veluwe’ door de Romeinen achtergelaten. Letterlijk betekent het ‘Veel bomen en water’ (fel luwe ii aa)

De Veluwse bevolking leefde in die tijd in grote vierkante groepen bij elkaar. Ze wierpen in het vierkant (ongeveer 40 bij 40 meter) zand op en bouwden hun hutten in dat vierkant. Ook hun akkertjes lagen in die vierkantjes. Daar dit gebruik algemeen in de toenmalige wereld was en de Engelsen het voor het eerst beschreven, worden deze vierkantjes ‘celtic fields’ genoemd. Maar ze waren Germaans! De gehele Veluwe is overdekt van deze vierkantjes. Deze wijze van wonen en werken heeft tot in de vierde eeuw geduurd en ook zijn invloed op de Veluwse taal nagelaten. Zo zal een Veluwnaar bijvoorbeeld vierkant achter z’n gezin staan en vierkant tegen hollandse invloeden zijn. Ook dammen (in het Veluws ‘stientje schuuv’n’) doet de Veluwnaar op een Veluws spelbord, bestaande uit 64 vierkantjes.

Middeleeuwen[bewerken]

In de Middeleeuwen was de Veluwe een ruig en dunbevolkt gebied. Mensen woonden er in gaten in de grond, in gaten in de grond verstevigd met plaggen of gaten in de grond met een dak van mos. Dit is zo tot ongeveer de vijfde eeuw. Archeologen vinden er ook niets van terug. Sowieso niks; men gaat er van uit dat de steentijd gewoon voortduurde op de Veluwe.

Lagere school te Epe, 1952.

Dit was natuurlijk weinig succesvol. Al snel werd een deal gesloten met de uit Duitsland afkomstige Saksen om van woongebied te wisselen. In de loop van enkele eeuwen verdwijnt het oorspronkelijk volk bijna geheel van de Veluwe om plaats te maken voor de Saksen. Omdat deze van een hooggelegen gebied komen en nu, voor hun gevoel, op lagere grond gaan leven, wordt gesproken van ‘Neder-saksen’. Ze nemen hun eigen taal mee, het Nedersaksisch. Hieruit ontwikkelt zich het Veluws.

Dat verandert omstreeks de zevende en achtste eeuw. Op dat moment wordt er, aarzelend weliswaar, in tufsteen gebouwd. Het betreft dan voornamelijk kerken en kloosters. Vanaf dat moment zijn er schriftelijke bronnen waaruit we leren hoe de Veluwe er uit zag. In deze periode vindt de kerstening plaats: het overschakelen van de Germaanse geloven naar het Christendom. Waar in de rest van de bekende wereld iedereen Rooms-katholiek werd, was dat op de Veluwe toch anders: Het katholieke geloof wordt ter plaatse opnieuw samengesteld (gere-formeerd) en afhankelijk van de strengheid spreekt men van ‘gereformeerd’ of ‘reformatorisch’. Algemeen spreekt men in de geschiedenis van protesten tegen het nieuwe geloof en beide richtingen zijn dan ook het gevolg van protestanten.

Ook in deze periode worden namen opgeschreven van de verschillende dorpen, nederzettingen, buurtschappen, steden etc.

De Hoge middeleeuwen verlopen voor de Veluwe rustig. Enkele grote dorpen ontwikkelen zich tot steden, met muren en wallen en marktplaatsen, de rest van de dorpen blijft tot aan 1950 klein. Zie voor de dorpsgeschiedenissen elders op oncyclopedia.

De veertiende eeuw wordt een roerige: De pest breekt uit en eist vele slachtoffers en daarnaast wordt Gelria (en daarmee de Veluwe) bedreigd door het aggressieve graafschap Holland. Met valse beloften en grove leugens weet zij medestanders te verwerven op de Veluwe en een heuse burgeroorlog breekt uit. De groepen noemen zich ‘Hoeken’ (zij die uit de hoek van Gelderland komen die Veluwe heet) en ‘Kabeljauwen’ (Hollanders is van oudsher visvolk) De Geldersche oorlogen zijn een feit en teisteren de regio. Deze tijd van onzekerheid, geweld tegen dorpen en steden, roofovervallen, belastingfraude, wegenaanleg, overstromingen etc. zal duren tot begin zestiende eeuw. Op last van Willem van Oranje moeten de partijen onmiddellijk kappen met die onzin hetgeen ook gebeurd. Maar het wantrouwen jegens alles wat uit Holland komt blijft nog eeuwen nadreunen.

Nieuwe tijd[bewerken]

Vanaf ongeveer 1600 zijn de middeleeuwen voorbij en gaat Nederland de ‘nieuwe tijd’ in. Zo niet de Veluwe, die nog nahijgt van oorlogen en nog steeds de wonden likt. Door de aard van het landschap zijn vele Veluwse gemeenschappen sterk op zichzelf gekeerd en elk dorp, elk buurtschap, heeft wel zijn eigen bestuurssysteem, bescherming tegen buitenaf en eigen dorpscultuur. Zelfs de gemeenschappelijke taal, het Nedersaksisch op z’n Veluws, verschilt per dorp.

De Veluwe en dan met name de Gelderse Vallei, doet een beetje mee met de nieuwe ontwikkelingen. Omdat iedereen in het nieuwe Nederland van de Nassaus zelfstandig is en toch Nederlands (een typische Nederlandse leugen waar tot op de dag van vandaag nog graag aan gehouden wordt) ‘mag’ de Veluwe Hollandse vestingwerken toestaan op haar gebied en de Grebbelinie wordt ingericht. Verder breidt de handel zich wat uit maar niet noemenswaardig. De Veluwe is gewend aan haar bestaan en kan zichzelf prima bedruipen. ‘Doar haj’ie gin frimd vulk bie neudig’, Aldus Harm van Jannechie van Lammert van Gart ‘Tweevinger’ van olle Daaf siin gekke nicht.

De rustige tijd duurt tot 1950. In de rustige tijd verschijnen trouwens wel de spoorwegen op de Veluwe (‘Veur miin mag z’t loate’), autosnelwegen (‘Doar kin’ie wael meuie deurtrekk’n!’), waterleiding (‘Pomp deej’t oares ok wael baest’), electriciteit (‘Eletrike lamp’m is’n Straaffe Gods!’), auto’s (‘En noe Godver met dat duuvelstuug miin diik of!’) en veel meer verworvenheden van de nieuwe tijd (‘gekkighiid, oallemoal’)

Vanaf 1950 past Holland een nieuwe tactiek van gebiedsverovering toe. Niet meer met roofridders en geweld, maar met tourisme en (gedwongen) inmenging door er tweede huisjes te kopen. De Veluwnaars hebben dit te laat doorgekregen. De hollandse taal, een dialect van het Nedersaksisch, verdringt steeds meer het Veluws. De Veluwe heeft steeds meer moeite haar eigenheid en identiteit te bewaren. Slechts op de geïsoleerde dorpen lukt dat nog, met wisselend success.

de Veluwse regio’s[bewerken]

De Veluwe kent een aantal ‘gezichten’, regio’s die qua karakter en indeling duidelijk van elkaar verschillen. Dit heeft z’n neerslag op zowel het karakter van de bewoners als gebruik van de grond.

Noord-west Veluwe[bewerken]

Deze regio bestaat uit twee subregio’s: het zand en het gras. Het zand slat op de noordelijke ‘kop’ van het Veluws Massief en het zand slaat op de landbouwgronden direct ten westen hiervan.

Veluws massief, noordkop, het zand[bewerken]

wit wief. Bestoat eacht!

Sterk heuvelachtig, plaatselijk zelfs als duinen, voor 90% begroeid met dennenbossen en heidevelden. Meer naar het zuiden komt meer loofhout voor. Kleine woongemeenschappen, vaak nog in plaggenhutten. Ongeveer een kwart is aangesloten op electriciteit en telefoon. Landbouw wordt bedreven, voornamelijk ten behoeve van zichzelf of de dorpsgemeenschap. Enkele verharde wegen doorkruisen het gebied. Het gebied heeft als meest noordelijk dorp ‘Wezep’ en is op de kaart goed herkenbaar als groene vlek.

Het oude Germaanse geloof tiert hier nog welig. Er wordt veel belang gehecht aan het bestaan van bos- en heidegeesten zoals ‘witte wiev’n’, ‘gleuj’nde garritte’ en allerlei trollen en kabouters. Het offeren van buitenstaanders teneinde de weergoden gunstig te stemmen komt niet meer zo vaak voor, maar is zeker niet ongebruikelijk. De bevolking is in zichzelf gekeerd en zeer wantrouwig naar anderen en andere invloeden.

de landbouwgronden, het gras[bewerken]

Dit is de kustregio van de voormalige Zuiderzee. Belangrijkste kernen zijn de stad Elburg en het domineesdorp Doornspijk. In het noorden wordt de grens getrokken tot aan (sommigen zeggen ‘tot en met’) Oldebroek. De region stopt ten noorden van Nunspeet dat zichzelf tot het Zand rekent. De bevolking is hier meer open en nieuwsgierig. Niet voor niets loopt de spoorlijn door dit gebied, de acceptatie was veel groter. Kleine boerenbedrijven zijn hier nauwelijks te vinden en de landbouw is uitgegroeid tot een volwaardig middel van bestaan. De infrastructuur bestaat uit een spoorlijn van Zuid naar Noord, er is een snelweg (A28, gebouwd vanaf 1640 door Menno van Coehoorn) en het secundair wegennet is deels verhard.

het Veluws Massief, zuid van Vierhouten tot aan Otterlo.[bewerken]

De inrichting van dit gebied is wezenlijk anders; de bevolking heeft delen van haar woongebied geschikt gemaakt voor grootschaliger landbouw. Op deze wijze ontstaan de landbouw-enclaves: Elspeet en omgeving en Uddel en omgeving. Het zuidelijk Massief staat bekend als zeer behoudend in het geloof. De bevolking is sterk in zichzelf gekeerd maar wel zeer actief. Grote boerenbedrijven en actieve dorpsgemeenschappen zijn tekenend voor de zelfbewuste Veluwnaar die dit gebied naar zijn hand heeft gezet, Met hulp van den Heere, dat spreekt.

De bevolking is zich zeer bewust van de omliggende donkere bossen hoewel het oude Germaanse geloof hier niet zo’n grote rol speelt. Het contact met de Veluwnaars uit de bossen is goed, mede omdat een aantal kernen op de rand van landbouwgronden en bossen ligt (Vierhouten bijvoorbeeld) De jacht op groot wild is populair, iedere boerderij heeft een kaliber 12 dubbelloops in de gang staan en indringers op het erf vallen onder het begrip ‘groot wild’.

De Ermelose en Puttense meden[bewerken]

De ‘meden’ (hooilanden) vormen de meest noordelijke kop van de Gelderse Vallei en worden niet gerekend tot deze maar als apart gebied gezien. Het gebied is oud en kent van oudsher veel kasteelgronden. Naar schatting hebben in de middeleeuwen meer dan dertig kastelen in dit gebied gestaan waarvan de Oldenaller en de Vanenburg wel het bekendst zijn.

Het gebied is tamelijk dichtbevolkt. De bevolking trekt qua taal en geloofsbeleving het meest naar de Puttenaar. Streng in de leer maar rebels, luidruchtig en snel beledigd. De landbouw staat technisch op een aanmerkelijk lager niveau dan op in de kustregio onder Elburg. De hoeven zijn kleiner en de akkers vaak nog afgescheiden middels houtwallen in plaats van prikkeldraad. Dit maakt de omgeving zeer aantrekkelijk voor vogelaars en andere touristen. De spoorweg loopt dwars door dit gebied en de NS gebruikt dit gebied voor al haar reclames.

de Gelderse Vallei[bewerken]

Een fraai zicht op de Gelderse Vallei.

Dit is een groot gebied, lopend vanaf ongeveer Nijkerk naar het zuiden toe. Het gebied eindigt in een ‘punt’ bij de Rijn, tussen Grebbeberg en Wageningen (‘the gap of Wageningen’) Het gebied is veenachtig en talloze beken en afwateringskanalen (‘wijken’) doortrekken het gebied. Door het Ministerie van Defensie is dit gebied al in de 16e eeuw aangewezen als inundatiegebied: het kan gemakkelijk onder water worden gezet bij vijandelijke dreiging.

Het gebied kent een aantal steden (w.o. Nijkerk), grotere dorpen (Voorthuizen, Veenendaal, Woudenberg, Scherpenzeel) en heel veel kleine kernen die vaak het suffix ‘Veen’ in de naam hebben. De bevolking staat bekend als ‘bevindelijk gereformeerd’ hetgeen betekent dat ze alleen in hun eigen wereld leven. Andere levensvormen (zoals de ongelovigen die buiten de Vallei wonen) worden minzaam geaccepteerd omdat het ‘Schepselen Gods’ zijn, maar verder gaat de sympathie niet. De bevolking wijst verplichte verzekeringen af, net als inentingen tegen ziektes. De gemeenschappen zijn geheel zelfvoorzienend. Het Veluws wat hier gesproken wordt staat onder sterke invloed van het Utrechts, wat het sterkst waarneembaar is rond Nijkerk.

Veluws Massief, zuid van de A1[bewerken]

Dit gebied, grenzend tot aan de Rijn (populair tot aan de A12), is het minst bevolkt en het meest authentieke stuk Veluwe. Park de Hooghe Veluwe maakt hier deel van uit. De dorpen zijn klein en de bevolking trekt nog het meest qua karakter op die van het noordelijk Massief. De wildstand is hier het grootst. Herten, mouflons, eekhoorns, wilde zwijnen (‘Varkes uut’ bos’) maar ook andere erotische dieren bevolken het gebied. Enorme zandverstuivingen bedreigen soms de woonkernen. Per jaar worden hier zo’n twintig tot dertig wandelaars vermist, die ook nooit meer teruggevonden worden. Het gebied is dan ook mensonvriendelijk en ongeschikt voor bewoning. Het gebied houdt aan de oostzijde abrupt op bij de A50, aan de westzijde is de grens met de Vallei het duidelijkst bij Harskamp. De infrastructuur is, op een zandpadennet na, nauwelijks ontwikkeld. Het gebied betreden bij duisternis is ronduit gevaarlijk en wordt door de meeste verzekeringen ook niet gedekt.

Zuid-Veluwe, de Rijn-Veluwe[bewerken]

Alles beneden de 10 meter N.A.P.: zie Gelderse Vallei. Alles boven de 10 meter N.A.P.: ander verhaal.

De Saksische koning Widukind, hier te paard bij Renkum.

De ‘hoge’ Rijnveluwnaars zijn in feite riviermensen. De taal die gesproken wordt valt wel onder het Veluws maar heeft sterke kenmerken van het Rijn-saksisch. De bevolking is streng in de leer wat religie betreft maar niet op de manier van de rest van de Veluwe. Door de nabijheid van grote steden als Arnhem is de Rijnveluwnaar ook wat meer ‘stads’, al zal hij dat met klem ontkennen. Rijnveluwnaars zijn ook de enige Veluwnaars die kunnen zwemmen en vis lusten. Rijnveluwnaars beschouwen zich als directe afstamming van de Hoog-Saksen van Koning Widukind en zien een beetje neer op de Neder-Saksen.

de Veluwnaar[bewerken]

Een beschrijving van een gebied is niet compleet zonder een beschrijving van haar volk. Voor de Veluwe zijn dat de Veluwnaars. Dit volk is echter per region weer zeer verschillend, zowel in karakter als in taal. Onderstaande beschrijving is dan ook generiek (ja, dat is een ‘opzoekertje’)

Karakter[bewerken]

Oorspronkelijke bevolking van het Noord-Massief.

De Veluwnaar is een Neder-Saks. Een man van weinig woorden. Veel oorspronkelijke Veluwnaars spreken in hun hele leven minder dan de inhoud van een Donald Duck. De Veluwnaar is een ingetogen mens. Uitzinnige vreugde uit zich meestal in uitspraken als ‘Oh. Da’s meuie.’ Diep verdriet kent zich door het samenknijpen van de pet tussen de knoestige knuisten, begeleid met ‘Och. Da’s nuut so meuie.’ Vrijwel alle vreugde en verdriet wordt op konto van ‘den Heere’ geschreven, wat ontlastend en troostend werkt voor de Veluwnaar.

Vrijwel alle Veluwnaars zijn streng gelovig, hetgeen contact maken bemoeilijkt. Alleen Amish zijn erg succesvol in het contact leggen met de oorspronkelijke bevolking. Import-Veluwnaars (import blijft import indien niet aangetoond kan worden dat de betovergrootvader al geboren was op de Veluwe) wonen vaak in eigen nieuwbouwwijken en spreken vaak nog een Hollands dialect.

Taal[bewerken]

Het Veluws is een ondertaal, die rangeert onder het Nedersakisisch wat in geheel Nederland boven de rivieren (met uitzondering van het Fries en de Friese dialecten zoals Noord-hollands en Amsterdams) wordt gesproken. Het Veluws kent op haar beurt weer verschillende dialecten en idiolecten (zeer plaatselijke dialecten) die soms maar moeilijk te onderscheiden zijn. Zoals de taal onderling zeer verschilt, kennen de Veluwnaars geen volks-eenheid. Alleen hun locatie en gemeenschappelijke sterke geloof in den Heere verbindt ze. Een Noord-Veluwnaar zal echter met evenveel liefde een Rijnveluwnaar een poot uitdraaien zoals hij dat ook met Hollanders doet. En omgekeerd. Voor meer bijzonderheden over de taal, lees ook dit artikel

Hoe herken ik de Veluwnaar?[bewerken]

Een aparte omgeving zorgt voor aparte mensen. De Veluwnaar, door duizenden jaren gevormd, is dan ook vrij gemakkelijk te herkennen.

De Veluwnaar is een rustig, vriendelijk en bedachtzaam mens, hardwerkend, weinig bespraakt en in vol respect voor des Heerens Schepping. Dit is natuurlijk niet zo, maar zo hebben we het graag. Iedere Hollander die ooit wel eens in gevecht contact is geweest met een Puttenaar of Nunspeter, kan je iets heel anders vertellen. Maar daar gaat het niet om.

Een rustig mens[bewerken]

De Veluwnaar maakt zich niet druk. Hollanders leggen dit uit als ‘gelatenheid’ maar dat is verre bezijds de waarheid. De Veluwnaar weet nu eenmaal dat sommige dingen (zoals het leven) genomen moeten worden als ze zijn: onomkeerbaar en gestuurd door de Almachtige. Het heeft geen zin je druk te maken. Het gebeurt nu eenmaal.

Binnenkomen in geval van nood, ook als toerist, kan altijd bij de Veluwnaar.

Een vriendelijk mens[bewerken]

Hartelijk, uitnodigend en altijd bereid tot hulp. Tenzij je zelf ook een Veluwnaar bent. Anders kun je het schudden. Den Heere heeft nu eenmaal niet gewild dat je als Hollander op de Veluwe rondspookt. Had Hij dat wel gewild, was je Veluwnaar geweest. De Veluwnaar weet dat en zal zich niet met jou, als niet-Veluwnaar, bemoeien. Alleen in nood. Dan mag je binnenkomen, in de keuken zitten en een bak koffie krijgen.

Een bedachtzaam mens[bewerken]

Vaak verward met besluiteloos, weinig enthousiast en meer van dit sort negatieve kwalificaties. Niets van waar, de Veluwnaar maakt zich nu eenmaal niet snel druk om niets. Hij zal de situatie aanzien en bedenken wat te doen. Dit denken geschiedt in stilte. Liefst kauwend op een pruimpje tabak. Of sabbelend aan een pijpje. Niet zelden zal de situatie beoordeeld worden als “door den Heere gegeven en dus Zijn Werk.” Dan laat hij het zoals het is. Je moet de natuurlijke loop der dingen ook niet willen verstoren.

Hardwerkend[bewerken]

De mens is op aard om den Heere te dienen door het onderhouden van Zijn Schepping. As simple as that. Dat is wat hij doet. Hij werkt.

De Veluwse taal kent hiervoor maar één woord: wark. Het is tevens het oudste woord in de Veluwse taal. Woorden als ‘karweitje’, ‘klusje’, ‘opdracht’ e.d. kent hij niet, da’s hollandse onzin. De zin “Ik heb een mooi klusje voor je.” Is vertaald in Veluws: “K’ha wark veur-ie.” Een andere uitnodiging tot werken, in het Hollands: “Er ligt nog een karweitje voor je!” vertaalt zich als “K’ha wark veur-ie”.

De Veluwse tegelwijsheid, te vinden in iedere Veluwse hoeve, luidt “Bidt en werkt”. Dit moet letterlijk worden genomen.

weinig bespraakt[bewerken]

Zie ook Veluws. De Veluwnaar zegt nu eenmaal weinig. Hij denkt meer. Veel meer. Zo denkt hij dat hij niets hoeft te zeggen. Wat niet wil zeggen dat de Veluwnaar geen wijs mens is. Dat is hij zéker! Hij zal het alleen niet zeggen. Hij denkt het alleen maar.

Veluwse gewoontes[bewerken]

Aan vele kleine dingen kan de opmerkzame mens de Veluwnaar herkennen. Behalve natuurlijk aan zijn Veluws kent men de Veluwnaar aan de volgende routine:

koffie[bewerken]

De Veluwnaar begint de dag met zijn ontbijt: koffie, pap en gebakken spek met roggebrood. Als hij op het land werkt, neemt hij koude koffie in een blauw enamellen flesje met zich mee. Samen met een stuk roggebrood met oude kaas. Tijdens werkpauzes gebruikt hij dit, zwijgend, met zijn collegea. Hap roggebrood, hap kaas en een slok koffie. Spoelen en doorslikken.

‘s Avonds, thuis, neemt hij koffie. Niet zelden is dit opgewarmde koffie die de hele dag op een gietijzeren kachel in de keuken staat te borrelen. De koffie wordt altijd genuttigd met een scheut koemelk. Het roeren in de koffie is alleen maar bedoeld om bedachtzaamheid uit te stralen. Vaak gebeurt dit tijdens een gesprek. Dit laatste is overigens niet te vergelijken met een Hollands gesprek. Een Veluws gesprek ziet er gebruikelijk zo uit (het gaat om de ziekte van een koe):

“Dus, ‘t beest is min.”

“joa.”

Hier volgt een kwartier stilte en koffieroeren.

“en noe?”

“Wit nie.”

“Wa zeg ‘e dokter?”

“Mwoah.”

En weer stilte. Het is nu half negen geworden, de mannen zitten al vanaf zeven uur te praten. In de verte klinkt het papklokje: tijd om naar bed te gaan. De buurman moet ook naar huis.

“No, goa’k moar.”

“Heu.”

De koffie is op.

werken[bewerken]

‘Wark’ is het belangrijkste en de dag wordt daar voor negentig procent mee gevuld. De overige tien procent is voor het bidden. Werken geschiedt nagenoeg pauzeloos. De pauzes die er zijn worden gebruikt om te eten en koffiedrinken. Als het wark en het bidden zijn gebeurd, gaat de Veluwnaar slapen. In de bedstee. De olielamp wordt uitgeblazen, de klompen binnengehaald en de deur gaat op de knip. ‘t is meuie ‘west. Wie goat te berre.

Toerisme[bewerken]

Algemeen[bewerken]

Gewild bij de vogelaars! De Veluwse Schraapuil. Ook als plaatselijk gerecht (Elspeet)

De Veluwe is voor buitenstaanders een zeer aantrekkelijk gebied, onduidelijk is nog waarom. Veluwnaars weten dat en hebben op veel plaatsen kampen aangelegd waar touristen hun tentjes kunnen bouwen. Door de gehele Veluwe zijn fiets- en wandelroutes aangelegd, die goed bewijzerd zijn. Niet om de tourist van dienst te zijn, maar meer om niet ‘s nachts eruit te hoeven om weer zo’n sukkel een tourist op te zoeken die kwijt is.

Wenken voor de tourist[bewerken]

Onderstaande wenken zijn belangrijk. Uw verzekering gaat er van uit dat u deze kent en navolgt! Alles wat u kan overkomen op de Veluwe is uw eigen schuld.

• Ga er van uit dat de Veluwnaar u altijd gelijk geeft. Als u vraagt of u zó goed rijdt naar Elspeet, dan wordt u dat bevestigd. Al rijdt u richting Lelystad.

• Probeer geen Veluws te praten. Het lukt u niet. Misschien komt u in de buurt en wordt u misverstaan voor een ander dialect. Touristen zijn in het verleden op die manier ongelukkig aan hun eind gekomen. Praat het hollandse dialect, dan weet de Veluwnaar waar hij aan toe is.

• Zoek per plaats die u wilt bezoeken de bijzonderheden aangaande cultuur en gebruiken.

• Als u de weg vraagt in de Menen (zie daar), rijdt dan niet in de richting die u gewezen wordt. De kans is groot dat u tien minuten later aangehouden en berooft wordt. Probeer in de Menen gewoon niet te stoppen.

• Neem op een meerdaagse trip zelf uw eten en drinken mee. Het is te koop op de Veluwe maar u betaalt gewoonlijk twee a drie keer meer dan de landelijke prijs.

• Ga niet in gesprek met schaapsherders. U kunt zich waarschijnlijk drie minuten later de trotse eigenaar noemen van 80 manke schapen. Of u even af wilt rekenen.

• Bezoek op de Boeldagen nooit de openbare veilingen. Zie voorgaande punt.

• Veluwnaars liegen nooit. Ze vertellen altijd hun waarheid. Die niet per definitie uw waarheid behoeft te zijn.

Als u dit ziet, kon dat wel eens heel goed het laatste zijn wat u lange tijd gaat zien.
Als u dit ziet, kon u wel eens te dichtbij zijn. Houdt rekening met een bewegingsmoment.

Dieren in het bos zijn niet te vergelijken met de duiven op de dam zoals u die waarschijnlijk kent (er wordt klakkeloos van uit gegaan dat de tourist op de Veluwe een Amsterdammer is, dat gebral wordt het meest gehoord tijdens de zomer) Dus:

• Biggetjes met streepjes kun je aaien. Eventjes.

Zwarte varkens met haar zijn wild. Zo gedragen ze zich ook. Ze ruiken waar u vandaan komt. Ook zonder dat u Veluws probeert te praten.

• Als een zwart varken met haar op u toe komt lopen, is dat geen nieuwsgierigheid. Berg uw brood weg en ga er vandoor. Meteen.

• Als een Veluwnaar het over ‘varken’ heeft, bedoelt hij een everzwijn. Het rose dier achter op z’n erf heet een ‘swien’ (varken)

• Als u een heel groot ree tegenkomt met een woest gewei, is dat een hert. Die verschillen met die, die u kent van de Waterleidingduinen. Met name in de maanden september/oktober zal een beroep gedaan worden op uw hardloopkwaliteiten. Uitslag is bekend: u verliest.