Vandalisme

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
De zinloosheid van vandalisme: de bushalte "Milo" op de Via Appia (Rome).

Ik vandaliseer mijn werk zelf, dan heeft het vandalisme tenminste enig niveau.
~ Oscar Wilde over een hem onsympathiek fenomeen.

Vandalisme is een door het Van-Dalevirus opgewekte ziekte, die de patiënt aanzet tot het moedwillig beschadigen van andermans en publiek materiaal. Het verschijnsel is genoemd naar Genserik Van Dale, die met zijn familie en clan in 455 zoveel literaire vernielingen aanrichtte in Rome, dat het aanrichten van dergelijke vernielingen, en later zowat alle vernielingen, voor eeuwig aan zijn familienaam werd verbonden.

Het virus[bewerken]

Dat Genserik en de zijnen zoveel schade aanrichtten, zonder daarvoor een reden of verklaring te kunnen geven aan de Romeinse commissaris van politie, leidde de ambtenaar in kwestie tot de gevolgtrekking dat dit groepje mensen van nature uit, en waarschijnlijk al sinds generaties (waarom hadden ze anders hun streek van oorsprong, in Noordoost-Europa, verlaten?) uit pure slechtheid zulk onbeschaafd bedrag vertoonde. Pas in 1789 kwam de Franse geestelijke en vorser Henri Baptiste Grégoire erachter dat het gedrag werd veroorzaakt door een virus, dat hij uit bescheidenheid niet naar zichzelf, maar naar Genserik het "Van-Dalevirus" noemde. Grégoire bleek een pionier te zijn: pas een eeuw later werd de term "virus", die de Romeinen al gebruikten voor al wat vloeibaar en giftig was, algemeen aanvaard om er bepaalde ziekteverwekkers mee aan te duiden.

Literair vandalisme (1): beschadigen met klasse en nultolerantie[bewerken]

Twee voorbeelden van literair vandalisme uit de tweede periode: een verordening door het bestuur van het pas herdoopte New York (1667, boven), en een laat Frans geval (1790, onder).

De oorspronkelijke vernielingen verschilden nogal van wat wij nu "vandalisme" plegen te noemen: de clan Van Dale richtte zich uitsluitend op het beschadigen van teksten. Dat deden zij door, gewapend met kleine beiteltjes en hamertjes, stiekem letters te veranderen in de talloze opschriften die Rome rijk was. Dit gebeurde erg zorgvuldig, wat aangeeft dat deze mensen geletterd waren én goed overweg konden met hamer en beitel. Zo bleef de aangepaste tekst nog altijd steekhoudend, zij het met een andere betekenis dan de oorspronkelijke.

Het virus muteert en de term verbreedt[bewerken]

Het Romeinse Rijk verkeerde in een prille staat van ontbinding, maar knoeien met hun opschriften, dát werd niet getolereerd. Een nultolerantie omtrent literaire vernielingen werd van kracht, opschriften werden dag en nacht bewaakt, en literaire vernielers werden kansloos. Dat zorgde voor een dusdanige frustratie, dat hun gezondheidstoestand dermate verslechterde, dat het virus begon te muteren, en de patiënten aanzette tot het vernielen van andermans, en vooral publiek eigendom. Bovendien groeide het verschijnsel uit tot een epidemie: in 476 deed het Romeinse Rijk de boeken toe en de term "vandalisme" verspreidde zich over heel de toen bekende wereld, tot grote ergernis en schaamte van de familie Van Dale. Het vandalisme kon ingeperkt blijven door het laten dalen van de levensstandaard en vooral door het afschaffen van publieke voorzieningen, een ingreep die de periode na de Romeinse Tijd de naam "Duistere Middeleeuwen" bezorgde.

Literair vandalisme (2): het niveau daalt, er wordt ingegrepen[bewerken]

Met de opkomst van de boekdrukkunst, aan het einde van de XVde eeuw, hielden niet alleen de Duistere Middeleeuwen het voor bekeken, maar herleefde ook het oorspronkelijk literair vandalisme: patiënten die werkzaam waren in een drukkerij konden, mits te kunnen lezen, en liefst in spiegelschrift, stiekem loden lettertjes van een zetsel vervangen door andere. Het intellectueel niveau van deze literaire vernielers was echter beduidend lager dan dat van hun illustere voorgangers, zodat de vervangletters niet te onderscheiden waren van ordinaire zetfouten. Dit verklaart het ongemeen hoog gehalte aan zetfouten dat boeken gedrukt in de XVIde en de XVIIde eeuw kenmerkt. Het invoeren van de corrector in alle drukkerijen van Europa tussen 1690 en 1720 haalde deze patiënten de wind uit de zeilen, met als neveneffect dat ze zich gingen toeleggen op het vernielen van andere zaken, zoals postkoetshokjes[1] en uithangborden.

Meer staat, meer vandalisme[bewerken]

Hoewel niet-literair vandalisme af en toe voorkwam op particulier eigendom, waren het toch vooral publieke voorzieningen die het moesten ontgelden, en, niet toevallig, nog meer wanneer die enig opschrift droegen. Hier uitte zich natuurlijk de literaire frustratie, veroorzaakt door het onderdrukken van het literair vandalisme. Vanaf de XVIIIde eeuw, de Eeuw der Verlichting, moesten ook lantaarnpalen eraan geloven: meer en meer ontwikkelde zich het begrip "staat", en daarmee zag ook meer en meer door de staat bekostigde, en dus door de belastingbetaler betaalde, en dus "publieke" accommodatie het licht. Het idee "dit is van iedereen en dus van niemand" had een sterk desinhiberend[2] effect op de patiënten, die zich des te meer konden uitleven naarmate er minder en minder toezicht werd uitgeoefend: de Romeinse nultolerantie was voorgoed verleden tijd.



Literair vandalisme (3): De bodem is bereikt, men blijft waakzaam[bewerken]

Heden ten dage is literair vandalisme in echte Van-Dalestijl nog enkel mogelijk op wiki-sites, aangezien daar zelfs literair totaal onbegaafden relatief discreet lettertjes kunnen veranderen, en zelfs hele lappen elders gecopieerde tekst kunnen invoegen[3]. De meeste wiki's worden echter nauwlettend in het oog gehouden door een legertje dappere en nijvere controleurs en admins, die deze vandaaltjes met de nodige doortastendheid aanpakken. Berucht zijn de ondergrondse cellen van Oncyclopedia, waar tienduizenden vandaaltjes op elkaar gepakt zitten.

Wist je dat...[bewerken]

  • ...in 1872 een afstammeling van Genserik, Johan Hendrik, de slechte naam van zijn voorouders probeerde goed te maken door zich in te zetten voor de Nederlandse taal?
  • ...de term "sandalisme" niks met "vandalisme" heeft te maken, en enkel slaat op het rondlopen in sandalen en witte sokken?
  • ...de term "schandalisme" (nog) niet bestaat?

Notenbalk[bewerken]

  1. De voorlopers van onze bushokjes.
  2. In straattaal: de voet ging van het rempedaal.
  3. Pessimisten beweren dat zelfs analfabeten daar aan het werk kunnen.