Sousafoon

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Da's te groot, zo'n sousafoon: 'k speel nog liever gonzofoon!
~ Drs. P over de sousafoon.

SousaSnel.gif

De sousafoon is een muziekinstrument waarin doorgaans geblazen wordt, al wil een enkeling er ook wel eens op trommelen. Het maakt deel uit van het oeroude standaardorkest, en werd vóór het Bronstijdperk uit gevlochten gras vervaardigd. Dat weerhield de volhoudende sousafonist er niet van om het orkest van een stevige baslijn te voorzien.

Creativiteit[bewerken]

Een omvangrijk instrument vlechten uit gras vergt enige verbeelding, en het instrument kreeg zijn definitieve vorm toen een jonge maar pientere danseres van een verder weinig ontwikkelde stam op het idee kwam om het instrument te vlechten rond het lichaam van de muzikant, naar het model van de eveneens uit gras gevlochten hoepel waarmee zij op zondag de rituele offerdansen, door vaklui aangeduid met het woord "hoelaa", placht uit te voeren. Het instrument lijkt sindsdien op een fantasierijke hoelahoepel, en met de komst van het brons kon men het ding wat meer consistentie geven, zodat de bespeler niet meer moest instaan voor het vormbehoud ervan, en het ook rond zijn lichaam kon laten wentelen, aldus de relatie met het oorspronkelijke concept behoudend. Dit wentelen heet "hoepelen".

Virtuositeit[bewerken]

Scheepsbouwers plaatsen sousafonisten soms op de gekste plaatsen, maar de omvang van hun instrument verraadt hen aan de oplettende passagier.

Een goede sousafonist kan hoepelen en blazen tegelijk, en dat is niet niks, aangezien het mondstuk meedraait met de rest van het instrument. Een dergelijke virtuoos moet dus zeer lenig zijn, en dergelijke virtuositeit kan alleen verkregen worden door intense oefening.

Toonvorming en navigatie[bewerken]

Het begint al met het produceren van een warme, diepe, volle toon. Wat deze toon betreft hebben de oefenmogelijkheden zich mee ontplooid met de ontwikkeling van de scheepvaart. Op grote schepen mag een sousafoonspeler onbeperkt toeteren, zolang hij er maar voor zorgt dat hij zijn klank bovendeks laat ontsnappen. Omdat dat niet in alle weersomstandigheden mogelijk is, werd rond 1780 met de voornaamste Europese scheepswerven overeengekomen dat elk schip een aantal doorgangen in het bovendek zou laten, waardoor de sousafonist het meest omvangrijke deel van zijn instrument naar buiten zou kunnen steken zonder zelf het weer te moeten trotseren. Menig passagier heeft zich al afgevraagd waar die machtig toeterklank van een vertrekkend schip vandaan komt: deze is hget resultaat van het synchroniseren van minstens twee oefenende sousafonisten. Bij dergelijke gelegenheden trachten zij de diepst mogelijke klank uit hun instrument te halen, en deze zo lang mogelijk vol te houden. Tijdens de rest van de reis hoort de oplettende passagier, die overigens gemakkelijk kan tellen hoeveel sousafonisten een schip aan boord heeft, doorgaans een niet onaangenaam "Pom, pom, pompompompom pom, pom pom..." weerklinken boven het gedruis van de woeste[1]

Hoepelen en corpulentie[bewerken]

De omvang van deze sousafonist heeft al duidelijke sporen nagelaten op zijn instrument. Inzet: kindersousafoon.

Het hoepelen daarentegen wordt nooit op een schip geoefend, omdat de ondergrond daar niet stabiel genoeg is, en het een constant demonteren van het instrument zou eisen. Dit gedeelte van het sousafoonspel wordt op voetbalvelden getraind, voornamelijk tijdens de pauzes van wedstrijden. Omdat sousafoons maar in één maat gemaakt worden (het kindermodel niet meegeteld), kunnen ze niet bespeeld worden door mensen wiens omvang een bepaalde diameter overschrijdt. Boven de 60 centimeter wordt het persen, en kan het instrument schade oplopen, vooral als men bij het aantrekken (een sousafoon trekt men aan zoals een trui) een schoenlepel gebruikt. De vele blutsen die talloze sousafoons bevatten, zijn hiervan de stille doch schrijnende getuigen.

Ophoepelen en come back[bewerken]

Sousafonisme kan soms van hoog niveau zijn, zoals deze oude prent aantoont.

Het combineren van blazen en hoepelen wordt door kenners "ophoepelen" genoemd. Deze term vond ingang toen een slecht gehumeurd orkestlid het nodig vond om tegen de allereerste sousafonist die deze combinatie uitprobeerde[2], wat aanvankelijk ten koste van de muzikaliteit ging, uit te vallen met een bruusk "Hoepel op, man, hoepel op!". Toen kort daarna de dappere sousafoonspeler de techniek onder de knie had, adopteerde hij de aanmaning als technische benaming voor zijn vondst. Sindsdien wordt een veelbelovende sousafoonsolo onveranderlijk aangekondigd met een opzwepend "Hoepel op, man, hoepel op!" aan het adres van de betrokken muzikant. Het gebeurt wel eens dat een beginnend sousafoonspeler dat verkeerd interpreteert, en het orkest beledigd verlaat. Indien de beginner in kwestie een veelbelovend element is, of men op dat ogenblik echt niemand anders kan vinden, dan wordt er hard gewerkt aan het terugkomen van de muzikant. Engelstalige orkestmuzikanten noemen die onderneming een "come back", omdat zij precies dát roepen naar de verbolgen wegschrijdende sousafonist. Indien de beginner in kwestie een knoeier is, die men getracht heeft aan te zwengelen met het ophoepelcommando, en er een andere kandidaat kan bereikt worden, dan laat men hem schrijden. Een soort waardige afgang, toch, al bij al.

Artisticiteit[bewerken]

Een leek laat zich wel eens in de maling nemen door de schijnbaar simpele partituur van de sousafonist, maar die eenvoud is slechts schijn: de muzikant dient een indrukwekkend gamma aan nuances en fraseringen meester te zijn, ongeacht de speelomstandigheden. Het ophoepelen is zo'n omstandigheid, maar men heeft al sousafoon zien spelen op zeer hoog niveau, zoals de Empire State Building toen die nog niet voltooid was, en op absolute dieptepunten, zoals de bodem van de koolmijn van Le Bois du Casier in 1956. Het mag geen toeval heten dat beide gebeurtenissen dezelfde protagonist hadden: zoals wel vaker gebeurt, speelde deze muzikant ooit op topniveau, en liet zich daarna gaan. Ironisch genoeg was hij de enige die, dankzij zijn ademtechniek, levend uit de mijn werd gehaald. Dat zulks moest te beurt vallen aan een man die daar beneden "een potje zat te toeteren", zoals men dat daarginds in het pittige dialect van Charleroi zo treffend zegt, wordt sindsdien als een diepe psychologische wonde meegedragen door elke Waal die zich het evenement herinnert. Het is daar dan ook ten strengste verboden om in het openbaar sousafoon te spelen.

Virtualiteit[bewerken]

Een demonstratie van Sousaphone Hero.

Voortbordurend op het immense pedagogische succes van Guitar Hero bracht Activision ook een versie voor blazers op de markt onder de naam "Sousaphone Hero", met evenveel succes. Er wordt verwacht dat vóór het eind van dit jaar er meer jonge sousafonisten dan gitaristen zullen rondlopen[3], althans in de Verenigde Staten. Het spel wordt geleverd met vijfentwintig copyrightvrije marsen, waaronder "Stars & Stripes Forever", "Liberty Bell" en "Oh Tannenbaum"[4]. Accordion Hero is in preproductie, Banjo Hero staat softwarematig op punt, en Harp Heroine wordt in de doosjes gedaan.

Sexualiteit[bewerken]

De sousafoon wordt in de standaardbezetting uitsluitend door mannen bespeeld, maar daartegen komt de laatste decennia meer en meer weerstand. Vooral de vrouwelijke sergeanten van het Leger des Heils komen op voor hun rechten, waartoe zij ook het sousafoonspelen rekenen. Zij verwijzen daarbij naar het oeroude hoepelen van één hunner voormoeders, die tenslotte toch de eerste sousafoon vlocht. In het standaardorkest echter wordt alleen de harp door een vrouw bespeeld, en daar zullen deze dames nooit iets kunnen aan veranderen.

Mannelijke robuustheid tegenover vrouwelijke verfijndheid: de sousafoon als spiegel der mensheid.

Localiteit[bewerken]

Onderstaand diagram geeft de plaats weer die de sousafonist van oudsher in het standaardorkest inneemt. Laat u niet misleiden door de omkadering van de afbeelding: de muzikant heeft daar helemaal geen last van, en beschikt aan zijn rechterzijde over voldoende plaats om op te hoepelen zonder de drummer het zicht op het orkest te ontnemen, of de fagottist het instrument uit de handen te slaan.

Plaats van de sousafoon in het standaardorkest.



Notenbalk[bewerken]

  1. Wanneer de baren té woest worden, gebeurt het helaas niet zelden dat de zeezieke passagier zijn oriëntatie verliest, en zich van zijn maaginhoud ontdoet in één van die aanlokkelijke, aangenaam klinkende wijde openingen. Dat zijn de mindere momenten in het bestaan van een sousafonist. Een doorbijter die dan nog voortoefent.
  2. Voordien werden beide activiteiten afgewisseld.
  3. Dat bleek uit een onderzoek door The Onion, Amerika's meest betrouwbare nieuwsgaarder.
  4. In de beroemde marsbewerking van Arthur "Sousy" Prior.