Fascisme

Uit Oncyclopedia
Ga naar: navigatie, zoeken
FascistLiberty.JPG
    
Esculaap4.png
Esculaap4.png
Luister niet naar je huisarts: die kwakzalver vertelt gore aardse leugens omdat hij gewoon niet weet wat er met je aan de hand is!
Denk je te hebben wat er op deze pagina staat, twijfel dan niet en koop meteen medicatie op het internet, op de OnMarkt, of bij de afhaalchinees!

We moeten voor die mensen bidden. Nee hoor, grapje, gewoon uitroeien!
~ Stalin over het XXste-eeuws fascisme.

Fascisme is een deels geestelijke, deels lichamelijke afwijking waarbij de rechterarm spontaan schuin omhoog gestrekt wordt, wanneer de hersens bepaalde prikkels opvangen. Van deze aandoening werd voor het eerst iets op schrift gesteld omstreeks 45 na C., in Rome.

Eerste documentatie: het Oude Rome[bewerken]

De Romeinse geneesheer Scribonius Largus, die van 35 tot 50 na C. als huisarts verbonden was aan de Romeinse Senaat, beschreef, voor zover wij weten, als eerste het verschijnsel. De term "fascismus" haalde hij bij de aanblik die de schuin omhoog gestrekte rechterarm bood, en hem deed denken aan de "fasces", de bundel roeden die vóór elke senator uit werd gedragen wanneer deze zich in functie door de stad verplaatste.

Observatie en onderzoek[bewerken]

Scribonius Largus stelde eerst en vooral vast dat uitsluitend mannen door het fenomeen werden getroffen, en meende in de schuin omhoog gestrekt arm een fallussymbool te zien. Uit de bewaarde documentatie kunnen we opmaken dat onze medicus van plan was om het fallische aspect op een erg originele manier aan te pakken, door discreet het liefdesleven van de getroffen mannen te onderzoeken. Of dat iets opleverde, en wat, is helaas niet bewaard gebleven.

Erfelijk en/of besmettelijk? (1)[bewerken]

Scribonius moge dan geen indrukwekkende stempel hebben gedrukt op de geschiedenis der geneeskunde, zijn onderzoek naar de eventuele erfelijkheid van "fascismus", dat vanaf deze regel nog uitsluitend "fascisme" zal genoemd worden[1], was dat van de heer Mendel een aardige neuslengte vóór. De resultaten vielen echter tegen: Scribonius kon niet overtuigend aantonen dat fascisme erfelijk zou zijn. Zijn gelijklopend onderzoek naar besmettelijkheid was evenmin bevredigend, omdat het overschaduwd werd door het groeiende vermoeden dat eventuele besmetting niet aan het licht kón komen, omdat de ziekte blijkbaar latent aanwezig kon zijn tot de juiste prikkel voor een uitbraak zorgde[2].

Remedie/genezing? (1)[bewerken]

"Bij elke ziekte hoort een geneesmiddel, en vice versa!", zo noteerde Scribonius aan het begin van een verder totaal leeg gebleven hoofdstuk over een mogelijke remedie tegen het verschijnsel. Zijn schielijk overlijden tijdens zijn onderzoek (zie verder) zal daar niet vreemd aan zijn: hij was duidelijk van plan om een remedie te zoeken, maar was het aan zichzelf en zijn beroep verplicht om eerst het fenomeen ten gronde onderzocht te hebben.

Latentie en politiek[bewerken]

Wanneer twee getroffenen elkaar ontmoeten, elkaar de hand willen schudden en niet synchroon zijn, dan verloopt de begroeting moeizaam.

Het strekt onze medicus tot eer dat hij vrij snel doorhad dat de aandoening latent, onmerkbaar, aanwezig kon zijn tot een bepaalde prikkel, of een combinatie van prikkels ze deed uitbreken. Zijn combineren van navraag en observatie leidde tot de vaststelling dat de getroffenen het verschijnsel begonnen te vertonen na blootstelling aan opzwepende woorden van mannen die niet alleen aan dezelfde aandoening leden, maar tegelijkertijd een sterke, autoritaire indruk gaven. Hij had ook groepjes getroffenen kunnen observeren terwijl ze mooi in de pas zo'n figuur over de straat volgden. Wanneer hij uiteindelijk er een paar confronteerde met inhoudelijke en logische contradicties in het discours van hun '"leider" of "dux", zoals ze een dergelijk persoon pleegden te noemen, bleken zij bereid om al die tegenstrijdigheden met de mantel der volgzame liefde te bedekken "omdat hij hun leider was en dus gelijk had". De schriftelijke neerslag van deze confontaties breekt vrij abrupt af omstreeks het moment dat, volgens oogetuigen, Scribonius in 50 na C. zeer ongelukkig van zijn keukenladdertje viel. Hedendaagse sceptici wijzen erop dat van dat keukenladdertje nooit een spoor is gevonden, een hiaat dat toen al ter sprake kwam, in een periode van uitzonderlijk veel fatale huiselijke ongelukjes.

Het Romeinse Rijk verdwijnt, het fascisme ook[bewerken]

Er is tot op heden geen documentatie gevonden over fascisme recenter dan ca. 500 na C. en voorafgaand aan de XXste eeuw. Dat kan slechts tot twee hypotheses leiden:

  1. de aandoening werd niet meer waargenomen;
  2. het gereduceerd worden van geletterdheid tot uitsluitend religieus gebruik had geleid tot het niet meer noteren van al wat niet met het geloof te maken had.

Hypothese 1: fascisme gaat ondergronds[bewerken]

Aanhangers van deze hypothese beweren dat de val van het Romeinse Rijk de prikkels wegnam die ervoor zorgen dat de ziekteverschijnselen uitbreken, maar dat de ziekte zelf altijd is blijven sluimeren. Dragers ervan hebben dus nergens last van, zolang de vereiste prikkels maar niet worden waargenomen. De algemene stilte errond heeft in ieder geval niet toegelaten om uit te maken of het verschijnsel al dan niet besmettelijk en/of erfelijk was.

Hypothese 2: gebrek aan niet-religieuze schriftelijke activiteit[bewerken]

Het feit dat na de instorting van het Romeinse Rijk ten gunste van Germaanse analfabeten zowat alle schriftelijke activiteit stillegde, is een minstens even plausibele verklaring voor het wegvallen van gefundeerde observaties of zelfs nog maar eenvoudige meldingen van fascisme omstreeks het jaar 500[3]. Het één sluit het ander niet uit: na enkele eeuwen van voornamelijk religieuze schriftuur, geleidelijk aan aangevuld met notariële akten en geschiedkundige geschriften, werd ook op medisch vlak weer pennenwerk geleverd, zij het zonder vermelding van enig fascisme, en het zou in die tijd ook even geleidelijk kunnen zijn uitgedoofd[4].

500 - 1920: het fascisme raakt vergeten[bewerken]

De vermoedelijk laatste maar zeer omstreden vermelding van fascisme vóór de XXste eeuw.

Waar er omstreeks het jaar 500 nog enkelingen waren die zich in die woelige tijden zorgen maakten om een ziekte die schijnbaar verdwenen was, binnen de daarop volgende eeuw kraaide er geen haan meer naar. De allerlaatste (bewaarde) vermelding komt voor in de marge van een folio in een codex die religieuze tractaten bevat, en zowel de codex als de aantekening worden gedateerd als stammend uit het midden van de VIde eeuw. De tekst luidt als volgt: "FRATER BOGUS USQUE SICUT FASCIS BRACHIUM EXTENDAT". Sceptici beweren dat het niet eens over fascisme gaat, maar over een monnik wiens gebroken arm op een ongelukkige manier gespalkt was. In ieder geval heerste er sindsdien complete schriftelijke stilte omtrent het fenomeen.

XXste eeuw: Rome roert zich[bewerken]

Niet elke mensachtige heeft meteen de juiste reflex wanneer de prikkels binnenkomen.

Omstreeks 1920 stak de vergeten ziekte weer de arm kop op, en niet toevallig in Rome. Een zekere Mussolini maakte ze zelfs wereldberoemd.

Eerste waarnemingen van een verdwenen geachte ziekte[bewerken]

Het fascisme was zóver op de achtergrond van het medische weten geraakt, dat de eerste observaties leidden tot allerhande politiek getinte conclusies. Pas toen de bibliothecaris van het Vaticaan het enige exemplaar van een bundeling van Scribonius' waarnemingen van 19 eeuwen her tevoorschijn haalde, scheen er licht in de duisternis, al was dat niet voor lang. Er werd meteen een belangrijk nevenverschijnsel opgemerkt, waarover Scribonius met geen woord repte: het uniform gewelddadig gedrag van de getroffenen, en hun uniforme manier van kleden, zonder uitzondering in militair aandoende stijl.

Enkel mannen, zoals toen, of ook vrouwen?

Erfelijk en/of besmettelijk? (2)[bewerken]

De besmettelijkheid van het XXste-eeuwse fascisme was zó evident, dat er nauwelijks nog studie nodig was daaromtrent. Het XXste-eeuwse fascisme heeft daarentegen evenmin als het Iste-eeuwse tot sluitende conclusies geleid wat betreft eventuele erfelijkheid, omdat er ongeveer evenveel gevallen bekend zijn van nabestaanden van getroffenen mét symptomen, als van nabestaanden van getroffenen zónder symptomen, en dat houdt in "bij gelijke blootstelling aan identieke prikkels", zoals de eminente onderzoeker Professor W. Druyff zo secuur verzekerde[5].

Prikkels gecategoriseerd[bewerken]

Dankzij de vooruitgang die de medische wetenschap in bijna twee millennia gemaakt had, waren de vorsers beter gewapend om erachter te komen welke prikkels nodig waren om bij mensen met aanleg voor de ziekte het meest spectaculaire symptoom, de schuin omhoog gestrekte rechterarm, te laten opduiken. Opzwepende redevoeringen, niet toevallig ook een lokale specialiteit in Oude Tijden, bleken de voornaamste catalysator te zijn, met een slechte economische situatie[6] als voedingsbodem.

De ziekte erkend als pandemie[bewerken]

Het fascisme verspreidde zich zo snel door Europa, en zelfs sporadisch daarbuiten, dat de piepjonge Gezondheidsorganisatie der Volkenbond, voorloper van de Wereldgezondheidsorganisatie, het fenomeen wou erkennen als epidemie, en zelfs als pandemie, hun allereerste actie. Of, beter, poging tot actie, want de politieke connotaties met het verschijnsel bleken zó sterk, dat getroffen politici zich als één man daartegen verzetten, en erin slaagden om ervoor te zorgen dat nog vóór het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog het verschijnsel nergens nog als een medisch fenomeen werd vernoemd.

Remedie/genezing? (2)[bewerken]

Het manu militari onderdrukken van het medisch aspect van het verschijnsel werkte ook sterk belemmerend op het ontwikkelen van enige remedie ertegen. Uiteindelijk werd men het erover eens dat enkel het illegaal verklaren van de prikkels op z'n minst het uitbreken van de ziekteverschijnselen kon voorkomen, zonder de ziekte zelf uit te roeien. Er wordt dan ook unaniem aangenomen dat de ziekte er altijd is geweest, en er altijd zal zijn, en dat enkel het onderdrukken van de prikkels tot enig resultaat kan leiden. Daarop wordt toegekeken door de na de Tweede Wereldoorlog opgerichte Wereldgezondheidsorganisatie, die een oogje houdt op eventuele (lokale) uitbarstingen, en ook op eventuele tekenen van nostalgie naar een "tijd van sterke mannen". Dit monitoren heeft onvermijdelijk ook een taalkundig aspect, aangezien taal een belangrijke rol speelt bij de detonatie van het fenomeen, niet alleen in redevoeringen die kunnen leiden tot uitbarstingen, maar ook in her en der opduikende uitlatingen die op ontvankelijkheid wijzen bij dragers van wat intussen, zij het niet unaniem, als een virus wordt bestempeld.


Potatohead aqua.png
Aan de schandpaal genageld!
Vastgenagelde versie:
18 februari 2019
Dit artikel is een verschrikking! Daarom is het vastgenageld aan de schandpaal zodat iedereen er rotte groenten tegenaan kan gooien.


Notenbalk[bewerken]

  1. Om de zaken overzichtelijk te houden. Om ze nóg overzichtelijker te houden staat deze uitleg hier zo helemaal onderaan, want geen moeite is ons, bij Oncyclopedia, te veel, geen inspanning te groot om onze talloze lezers in alle comfort van de meest diverse informatie te voorzien. Neenee, geen dank, "we moesten hier tóch zijn,", zoals men in Vlaanderen pleegt te zeggen.
  2. Deze zin klinkt nóg poëtischer in het Latijn, maar daarmee gaan we u nu eens niet lastigvallen.
  3. Deze ongelooflijk poëtische zin klinkt vast nóg poëtischer in het Latijn, probeert u maar!
  4. Mocht deze meesterlijk poëtische zin in het Latijn niet meer zo meesterlijk poëtisch overkomen, probeert u dan eens in het Grieks. Klassiek Grieks, natuurlijk, want enig niveau moet er zijn!
  5. En wel in zijn onovertroffen standaardwerk "Besmettelijke erfelijkheid of erfelijke besmettelijkheid: fascinerende fa(s)cetten van fascisme", in 1998 uitgegeven bij Uitgeverij "Den Dampenden Darm" te Zevergem.
  6. De pest had ook de nare gewoonte om uit te breken in periodes van hogersnood.